Verstoppertje

“Eén, twee, drie…” Vroeger vond ik het één van de leukste spelletjes. Verstoppertje spelen. “Zes, zeven…” De mooiste plekjes zoeken. Elkaar vol spanning aankijken vanaf je plekje. “Acht, negen, tien. Ik kom!” De spanning stijgt… nu begint het pas. Stilzitten en je niet bewegen. Jezelf niet verraden, want dan ben je erbij. Blijven zitten op je verstopplekje en dan wachten. Word je gevonden? Of lukt het je om “buut vrij” te krijgen?

Als volwassene speel je geen verstoppertje meer. Of… toch wel? Misschien zelfs wel veel vaker dan we ooit als kind gedaan hebben. Onbewust? Bewust? Ik speelde in ieder geval geen verstoppertje meer. Nee joh. Ik was juist overal. Je zag me op de school van m’n kinderen, met een collectebus langs de huizen, als vrijwilliger bij de sportclub, op die borrel van m’n werk, dat feestje van de buren. Ik was overal. Dus ik? Verstoppen? Echt niet.

Of, misschien… toch wél. Verstopte ik me juist op de school van m’n kinderen, met die collectebus langs de huizen, als vrijwilliger bij de sportclub, op die borrel van m’n werk en op dat feestje van de buren. Me verstoppen, door overal te zijn. Maar… dat is toch niet verstoppen? Jawel. Ik speelde verstoppertje, voor mezelf.

Ik was niet de enige. En ik zie het nog steeds. Mooie, prachtige, krachtige vrouwen. Vrouwen die zich verstoppen. Verstoppen achter hun partner, hun kinderen, hun opvoeding, hun onzekerheid. Achter wat dan ook. Maar die zich wél verstoppen, voor zichzelf. Want ze passen zich aan. Aan de ander, aan de situatie, aan wat er van ze verwacht wordt.
Ze verstoppen zich. Voor zichzelf. Voor hun eigen mening en hun eigen kracht. Zoals ik dat ook deed. Maar nu niet meer. “Acht, negen, tien… ik kom!” En ik kom tevoorschijn. Het verstoppertje spelen is voorbij. Deze vrouw past zich niet langer aan. Is niet meer bang voor de mening van een ander. Verstopt zich niet langer.

Ik kies voor mezelf. Ik kies bewust en zet mezelf op de eerste plek. Ik voel me goed, ik voel me happy. Ik pak mijn kracht. Buut vrij!
Buut vrij, voor de hele pot!

#kiesvoorjezelf
#jijop1
#pakjekracht

Ik ben het zat!

“Ik ben het zat! Ik ben het zo ontzettend zat. Altijd maar rennen en vliegen, altijd maar voor een ander klaarstaan, altijd maar van alles te “moeten”. Ik wil dit niet meer! Ik kan dit niet meer!”

Ze zit tegenover me. Snuit haar neus. Droogt haar tranen. Schokt na met haar schouders. Ik zie haar voor de derde keer vandaag. Zag het aankomen. Zag het gebeuren. Herkende het.

Ook zij doet het…
Zichzelf wegcijferen. Zichzelf aanpassen. Altijd vooraan staan. De lat hoog leggen. Niets willen missen. Niet toe willen geven. Dat het niet meer gaat. Niet meer lekker loopt. Geen tijd hebben. Geen energie. Voor wat dan ook. Alles maar half doen. Daar van balen. Niet goed genoeg.

Want eigenlijk wil ze…
Zich oké voelen. Over zichzelf. Over wat ze doet. Dat goed genoeg is. Tijd hebben. Voor zichzelf. Haar gezin. Vrienden en familie. Lekker in haar vel zitten. Vol energie. Blij zijn met zichzelf. Wie ze is. Wat ze doet. Wat zij wil. Haar keuze. En trots zijn. Op zichzelf!

De spiegel.
Ik houd hem haar voor. Het is moeilijk. Kwetsbaar. Confronterend. Pijnlijk. Emotioneel. En daarna… Makkelijker. Bewuster. Opluchting. Bevrijdend. En emotioneel.

Ze zit tegenover me. Snuit haar neus. Droogt haar tranen. Ik zie haar voor de laatste keer vandaag. Zag haar groeien. Zag haar bloeien. Zag het gebeuren. Herkende het.

Daar gaat ze…
De deur uit. Vol zelfvertrouwen. Zelfbewustzijn. Tevreden met zichzelf. Blij met zichzelf. Kiezend voor zichzelf. Een mooiere versie. Een completere versie. Een bewustere versie. Van zichzelf!

Mam, kom je ontbijten?

Ik schrik, was even in gedachten verzonken. Ik spuit een beetje parfum achter m’n oren en op m’n polsen en werp een laatste blik in de spiegel. En het bevalt me wat ik zie. M’n gezicht, m’n haren, m’n groene ogen, m’n sproeten. Een mooie, zelfbewuste vrouw. Een vrouw die ik ken, een vrouw die ik herken. De vrouw die ik bén! Ik kijk nog eens, glimlach naar m’n spiegelbeeld, recht m’n schouders, knik mezelf trots toe in de spiegel en met ferme tred loop ik de badkamer uit, de trap af.

Want een jaar eerder…

sta ik ook voor de spiegel en zie ik mezelf, mijn spiegelbeeld. Ik zie m’n gezicht, m’n haren, m’n groene ogen en m’n sproeten. Ik kijk… en ik zie het… ik zie het écht wel. Ik zie dat ik het ben; het is mijn gezicht, het zijn mijn haren, mijn groene ogen en mijn sproeten. Ik kijk nog een keer en voel de paniek in me opkomen. M’n hartslag gaat sneller, m’n ogen worden groter en m’n handen worden klam. Ik slik. En ik slik nog een keer. Weer kijk ik in de spiegel. Ik wacht op het antwoord, terwijl ondertussen m’n ademhaling steeds sneller en onregelmatiger gaat. Ik hoop tegen beter weten in, dat het antwoord toch nog komt, ook al is dat de afgelopen maanden niet gebeurt. Ik voel een traan opkomen. En nog één en nog één… M’n lip begint te trillen en ik blijf in de spiegel kijken, tegen beter weten in. Het spiegelbeeld wordt wazig en troebel, door de tranen…. En dat is precies hoe ik me voel; wazig en troebel. Want… wie is deze vrouw? Wie is dit spiegelbeeld? Ik wéét dat ik het ben, maar ik ken haar niet meer. Ik ben haar kwijt! Waar is ze gebleven? Die krachtige, zelfbewuste, alles aankunnende vrouw? Waar is ze en wie is deze vrouw? Ik ken en herken mezelf niet… en de tranen blijven stromen en ik geef me eraan over…
Ik loop de woonkamer in. “Wat zie je er mooi uit, mam!” zegt m’n ene zoon. “En wat ruik je lekker!” zegt m’n andere zoon.

En ik glimlach. Ik glimlach, omdat ik me mooi voel, omdat ik me trots voel. Ik heb m’n burn-out “verslagen”. En als ik in de spiegel kijk, zie ik de vrouw die ik kén! De vrouw die ik bén!